Nederland en de BRIC’s: waarom exporteren we niet meer?

Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen, zijn de vier grootste opkomende markten van het moment. Hun marktpotentieel is groot, maar het aandeel van de Nederlandse export naar de BRIC-landen ligt aanzienlijk lager dan het Europese gemiddelde. Wat belemmert ondernemers om deze markten te betreden?

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft APE, in samenwerking met Heliview Research, opdracht gegeven te onderzoeken welke belemmeringen het Nederlandse bedrijfsleven ondervindt, dan wel percipieert bij de export van goederen en diensten naar de BRIC-landen. Middels een telefonische enquête zijn Nederlandse bedrijven hierover ondervraagd. Ook is hen gevraagd naar hun oordeel over het Nederlandse export-ondersteuningsbeleid.

De achterstand van Nederlandse bedrijven op hun Europese concurrenten wordt volgens de respondenten niet verklaard door een tekortkomend overheidsbeleid. Europese concurrenten hebben gemakkelijker toegang tot de BRIC-markten omdat het grotere, internationaal opererende bedrijven zijn, omdat hun producten beter tegemoet komen aan wat de BRIC’s vragen en omdat zij tegen lagere prijzen kunnen leveren. Het gaat dus om factoren waarop de overheid moeilijk invloed uit kan oefenen.

Veruit het grootste gedeelte van de bedrijven voorziet belemmeringen bij voorgenomen activiteiten in (andere) BRIC-landen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen externe (BRIC gerelateerde) en interne (bedrijf of product gerelateerde) belemmeringen. Van de geënquêteerden meldt 69% externe belemmeringen en 41% noemt interne belemmeringen. De zes belangrijkste externe belemmeringen zijn: handelsbarrières, bureaucratie, het ontbreken van een lokaal contact, een andere wijze van zaken doen, de taal en de afstand. De drie belangrijkste interne belemmeringen die exporteurs voorzien bij het ontwikkelen van activiteiten in een (ander) BRIC-land zijn: grote concurrentie, onvoldoende vraag en een onaantrekkelijk prijsniveau.

Bedrijven die actief zijn in een BRIC-land of dat overwegen, voorzien veel vaker externe belemmeringen bij activiteiten in een (ander) BRIC land dan bedrijven die geen belangstelling voor de BRIC’s hebben. De gemelde belemmeringen lijken dus deels gebaseerd op ervaringen met BRIC markten waar zij nu al actief zijn. Bedrijven die nog niet actief zijn in de BRIC’s maar dat overwegen, melden vaak dat interne belemmeringen hen verhinderen in de BRIC’s actief te worden.

Het onderzoeksrapport kunt u hier lezen (2011).

Hier vindt u een bericht van staatssecretaris Bleker naar aanleiding van het rapport van APE.

Actueel

Incentives for active inclusion

Op 17 januari vond in Den Haag de internationale conferentie 'Welfare reform for active inclusion of...

Lees meer

Projecten

Verbetering risicovereveningsmodel curatieve GGZ

In opdracht van het ministerie van VWS heeft APE onderzoek gedaan naar eventuele uitbreiding van het...

Lees meer