De Weg naar de WIA II

Na de invoering van de WIA (eind 2005) bleef de volumeontwikkeling aanvanke-lijk sterk achter bij de ramingen. Sindsdien neemt de instroom jaarlijks toe, met name onder de vangnetters. De WIA-instroom bestaat inmiddels voor meer dan de helft uit vangnetters. Uit onderzoek van UWV en SZW blijkt dat de stijgende WIA-instroom grotendeels het gevolg is van het toenemend aantal aanvragen, dat op zijn beurt voor de helft is terug te voeren op demografische ontwikkelin-gen, ingroei-effecten en aanloopeffecten van de WIA . De andere helft van het stijgende aantal aanvragen is vooralsnog niet verklaard.

AStri en APE hebben gezamenlijk onderzocht in hoeverre de recessie van 2008-2014 een bijdrage levert aan de groei van het aantal WIA-aanvragen. Daartoe is een eerder onderzoek gerepliceerd: opnieuw zijn cohorten vaste werknemers en vangnetters die minstens negen maanden ziek gemeld zijn, gevolgd tot en met eventuele WIA-toetreding. De eerdere cohorten betroffen ziekmeldingen uit 2007; de nu gebruikte cohorten hadden zich eind 2011 ziek gemeld. Door vergelijking van deze nieuwe cohorten met die uit 2007 zijn effecten van een verslechterde conjunctuur en van een toegenomen aantal tijdelijke contracten onderzocht worden.

Als eerste zien we dat door het toegenomen aantal contracten dat tijdens ziekte ontbonden wordt en door de toename van het aantal WWíers het aantal potentiŽle vangnetters groter is geworden. Dit is een direct effect van de crisis. Ook los van de conjunctuur hebben de potentiŽle vangnetters een grotere kans dan reguliere werknemers om, eenmaal ziek, langdurig ziek te blijven en een WIA-aanvraag te doen. De conjuncturele toename van de populatie vangnetters gaat zodoende samen met een toename van het aantal WIA-aanvragen. Een tweede effect van de crisis is dat de reguliere werknemers met een relatief goede arbeidsmarktpositie vaker dan vijf jaar geleden uitvallen en langdurig ziek zijn. Vervolgens is door de conjuncturele ontwikkeling de kans op werkhervatting afgenomen. Ook hier is het effect sterker bij de vangnetters dan bij de langdurig zieke reguliere werknemers.

Wat betreft de inzet en het effect van begeleiding naar werk zien we ook dat de crisis vooral een negatief effect voor vangnetters heeft. De langdurig zieke werknemers krijgen nog net zo vaak begeleiding naar werk als ten tijde van de hoogconjunctuur. Het effect van deze begeleiding is ook sterker geworden, dat wil zeggen dat het verschil in werkhervatting tussen degenen met en zonder begeleiding groter is geworden. Vangnetters daarentegen krijgen minder vaak begeleiding naar werk dan in 2007 en het effect van deze begeleiding is ook nog eens minder geworden. Vangnetters hadden en hebben veel minder kans dan reguliere werknemers om na een periode van langdurige ziekte weer aan de slag te gaan. In tijden van laagconjunctuur blijkt het moeilijk te zijn om dit verschil met extra begeleiding te compenseren.

De crisis heeft ook een negatieve invloed op de gezondheidsperceptie van werknemers en vangnetters. Dit leidt tot meer WIA-aanvragen, met name bij vangnetters. Maar omdat het percentage toegekende WIA-aanvragen gedaald is, neemt de kans op WIA-instroom niet toe. De uitkomst dat door lagere toekenningskansen, vooral bij vangnetters, de conjuncturele stijging van het aantal aanvragen de WIA-instroom constant is gebleven, wijst op twee ontwikkelingen. Ten eerste suggereert dit dat degenen die in 2012 bij de poort van de WIA komen in objectieve zin minder beperkingen hebben dan de WIA-aanvragers in 2007. Door de crisis zijn degenen die in 2007-2008 nog aan het werk kwamen nu vaker ziek gebleven. Een bevestiging van deze suggestie is de door ons gevonden conjuncturele invloed op de gezondheidsperceptie. Ten tweede laten deze resultaten zien dat de toekenningspraktijk niet meebeweegt met het conjuncturele tij.

Dit onderzoek bevestigt de vermoedens dat de economische crisis langs verschillende wegen het aantal WIA-aanvragen heeft doen toenemen. Hierbij is het verschil in WIA-aanvragen van reguliere werknemers en vangnetters toegenomen en zijn de kansen van vangnetters op werkhervatting sterk afgenomen, terwijl deze al niet groot waren. De langdurig zieke vangnetters hebben het meeste te lijden van de economische crisis en vooralsnog zijn er geen mogelijkheden gevonden om dit effect te verzachten.