Duurzaam stelsel gefinancierde rechtsbijstand

Begin maart 2015 heeft de Nederlandse Orde van Advocaten een commissie om onderzoek te doen naar de duurzaamheid van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. Leo Aarts is lid van deze commissie en APE ondersteunt het on-derzoek. De commissie ‘Duurzaam stelsel gefinancierde rechtsbijstand’ wordt voorgezeten door advocaat en hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen.

Het onderzoek is gericht op twee vragen:
1. Hoe hebben de kosten van het stelsel zich ontwikkeld, voor zover sprake is van een fluctuatie van die kosten, en wat zijn de mogelijke oorzaken?
2. Welke mogelijke vernieuwingen in het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand zijn noodzakelijk om tot een duurza(a)m(er) stelsel te komen?

APE heeft een financieel-economische analyse uitgevoerd van het beroep op en aanbod van de gefinancierde rechtsbijstand. Hiertoe zijn gegevens van de Raad voor Rechtsbijstand m.b.t. toegekende en vastgestelde toevoegingen gebruikt. De belangrijkste bevindingen van deze analyse zijn:
- Er is geen sprake van een ‘ongebreidelde’ kostenstijging in het stelsel van gefi-nancierde rechtsbijstand.
- Het beroep op de gefinancierde rechtsbijstand wordt sterk bepaald door rechtsontwikkelingen buiten het stelsel en door ontwikkelingen in overheidsbeleid.
- Er is een sterke daling in de instroom van jonge advocaten in het stelsel.
- Het beroep op de gefinancierde rechtsbijstand stijgt harder dan het aanbod in het stelsel. Dit is een duidelijk signaal dat de gefinancierde rechtsbijstand relatief minder aantrekkelijk is geworden voor de advocatuur.
- Slechts 4% van de rechtsbijstandsverleners in het stelsel heeft een bruto-omzet van 1500 punten of meer . 66% van de rechtsbijstandverleners heeft een bruto-omzet van minder dan 500 punten.
- In het strafrecht produceert 2% van de rechtsbijstandsverleners 1500 punten of meer. 82% van de rechtsbijstandsverleners produceert minder dan 500 punten.
- In het personen- en familierecht produceert 0,5% van de rechtsbijstandsverle-ners 1000 punten of meer. 49% van de rechtsbijstandsverleners produceert minder dan 100 punten.
- Driekwart van de rechtsbijstandsverleners in het stelsel heeft geen extra uren en 2% heeft meer dan 500 punten extra uren.
- Rechtsbijstandsverleners met één enkele specialisatiezijn ver in de minderheid.

De commissie heeft 10 knelpunten gesignaleerd en doet aanbevelingen om die op te lossen. De commissie pleit onder meer voor wettelijke regels op basis waarvan het budget mee-ademt met rechtsontwikkelingen buiten het stelsel, ontwikkelingen in overheidsbeleid en maatschappelijke ontwikkelingen. De commissie wil bijvoorbeeld dat bij wijziging van beleid en van wet- en regelgeving een ‘rechtsbijstandseffectenrapportage’ (RER) plaatsvindt. Verder pleit de commissie voor een periodieke herijking van de puntentoekenning per zaak, waarbij de puntvergoeding wettelijk dient te worden voorgeschreven. Uitgangspunt moet zijn dat een advocaat die (vrijwel) full time in het stelsel functioneert een marktconform arbeidsinkomen, vergelijkbaar met de magistratuur, kan realiseren na aftrek van kantoorkosten. Een ander uitgangspunt is dat de toevoegingsadvocaat niet langer alle werkzaamheden zelf hoeft te verrichten, zodat efficiënter kan worden gewerkt. De commissie doet een aantal concrete aanbevelingen om de kwaliteit van de rechtsbijstand te garanderen en om misbruik te voorkomen. De commissie bepleit onder meer aanvullende kwaliteitseisen voor toelating tot het stelsel, de invoering van een verplichte urenregistratie en de introductie van een periodieke inhoudelijke inspectie op dossierniveau.

Voor meer informatie verwijzen we u naar het eindrapport 'Duurzaam stelsel gefinancierde rechtsbijstand'.