APE onderzocht verdeelmodel jeugd voor regio Holland Rijnland

Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. In dit jaar zijn dan ook de middelen voor jeugdhulp naar de gemeenten overgeheveld. In het eerste jaar werd het jeugdhulpbudget historisch verdeeld over gemeenten op basis van het (in een onderzoek door Cebeon) gereconstrueerde zorggebruik in eerdere jaren. Vanaf 2016 is een objectief verdeelmodel ingevoerd. De regio Holland Rijnland constateert dat voor de gemeenten in haar werkgebied de uitgaven aan jeugdhulp in 2015, 2016 en 2017 hoger zijn dan de budgetten en wil graag weten in hoeverre scheefheden in de verdeelsystematiek een oorzaak zou kunnen zijn van deze tekorten.

APE heeft een aantal analyses uitgevoerd om deze vraag te beantwoorden. Uit een vergelijking van de objectieve normuitgaven per jongere (het objectieve budget gedeeld door het aantal jongeren) van de gemeenten binnen Holland Rijnland met het gemiddelde in Nederland bleek dat voor alle Holland-Rijnland gemeenten behalve Leiden de gemiddelde objectieve normuitgaven per jongere lager liggen dan het Nederlands gemiddelde. Daarnaast bevestigt de ontwikkeling van de budgetten en uitgaven dat Holland Rijnland in 2015 en 2016 een financieel tekort had op jeugdhulp. Doordat de uitgaven in de periode 2015-2017 licht stegen terwijl de budgetten afnamen, zal het financiŽle tekort in 2017 toenemen ten opzichte van 2015 en 2016.

Verder is de aansluiting van de objectieve normuitgaven op de historische uitgaven onderzocht. Hieruit bleek dat bij tien van de dertien gemeenten binnen Holland Rijnland de aansluiting van het objectieve budget op de historische uitgaven negatief is. Dit betekent dat de met het objectief verdeelmodel berekende uitgaven aan jeugdhulp lager zijn dan de historische uitgaven. Tot slot is met behulp van een toets op verdeelstoornissen onderzocht in hoeverre de verschillen tussen de door het verdeelmodel berekende normuitgaven en de historische uitgaven zijn te verklaren uit objectieve factoren en omstandigheden buiten het bereik van gemeentelijk beleid en uitvoering. Daaruit bleek dat er inderdaad factoren zijn die een deel van het verschil tussen de objectief berekende normuitgaven voor jeugdzorg en de historische uitgaven aan jeugdzorg kunnen verklaren. Voor alle Holland Rijnland-gemeenten opgeteld ligt de geschatte verdeelstoornis tussen 5% en 10%. Zelfs bij een toereikend macrobudget zou het objectief berekende budget voor de regio als geheel dus naar schatting 5% tot 10% lager zijn dan de objectieve maatschappelijke opgaven blijkens dit onderzoek rechtvaardigen.