Effectiviteit en werking loonkostensubsidie en loondispensatie

De Tweede Kamer heeft in februari 2014 de regering gevraagd onderzoek te doen naar de effectiviteit van loondispensatie en loonkostensubsidie en de Kamer hierover drie jaar na inwerkingtreding van de Participatiewet te informeren. Sinds de inwerkingtreding van de Participatiewet (in januari 2015) bestaan de instrumenten loonkostensubsidie en loondispensatie naast elkaar. Loondispensatie is beschikbaar voor mensen die zijn ingestroomd in de Wajong vóór 2015 en arbeidsvermogen hebben. Zij vallen onder de dienstverlening van het UWV. Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd en sindsdien geldt voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig 100% van het WML kunnen verdienen dat voor hen het instrument loonkostensubsidie beschikbaar is.

APE heeft het onderzoek in samenwerking met De Beleidsonderzoekers uitgevoerd. Het onderzoek geeft op verschillende wijzen inzicht in de verschillen in de effectiviteit van de instrumenten loonkostensubsidie en loondispensatie. Wanneer we puur naar de beleidstheorie van de beide instrumenten kijken, dan blijkt dat er geen verschillen zijn tussen de instrumenten. Bij de analyse van de werking van de instrumenten in de uitvoeringspraktijk blijkt loonkostensubsidie de voorkeur te hebben van de meeste uitvoeringsorganisaties en de meeste werkgevers. Voor werknemers is loonkostensubsidie prettiger omdat het minder complex is en eerlijker voelt. We constateren op basis van de effectiviteitsanalyse tenslotte dat beide instrumenten aantoonbaar een positief effect hebben op behoud van werk.

U kunt de managementsamenvatting en het volledige rapport downloaden.