Externe in- en uitstroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang

In 2021 zullen de gelden voor beschermd wonen Wmo en maatschappelijk opvang, net als andere Wmo-middelen, via het Gemeentefonds worden verdeeld. Daarom wordt nu gewerkt aan een geïntegreerd objectief verdeelmodel voor zowel beschermd wonen, maatschappelijke opvang als andere Wmo-middelen. Betrouwbare cijfers zouden waardevolle input voor het verdeelmodel kunnen leveren. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om inzicht in de stromen die de in- en uitstroom naar en van beschermd wonen en maatschappelijke opvang uit andere wettelijke kaders weergeven. Inzicht in deze stromen en beschikbare (betrouwbare) data was echter zeer beperkt. Daarom heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport APE Public Economics en Significant gevraagd dit te onderzoeken.

Regionale verschillen in de in- en uitstroom van en naar beschermd wonen Wmo uit andere wettelijke kaders
Onderdeel van het onderzoek waren zes regionale casestudies. Voor deze casestudies hebben wij zowel met centrumgemeenten als zorgaanbieders gesproken, zoals bijvoorbeeld aanbieders van ggz, forensische zorg, jeugdhulp, beschermd wonen Wmo en maatschappelijke opvang. Het onderzoek laat zien dat zowel de onderzochte centrumgemeenten als beschermd wonen-aanbieders de laatste jaren flinke stappen hebben gezet in de door de Commissie Dannenberg aanbevolen richting. Het onderzoek laat regionale verschillen zien met betrekking tot de in- en uitstroom vanuit andere wettelijke kaders naar en van beschermd wonen Wmo. Deze verschillen hangen samen met het regionale aanbod van beschermd wonen- en maatschappelijke opvangvoorzieningen, dat vaak historisch gegroeid is, en de daarmee samenhangende verschillen in beschermd wonen-instroom van cliŽnten met een herkomst van buiten de regio.

De kwaliteit en toegankelijkheid van de data zijn nog onvoldoende voor gebruik in een herverdeelmodel
Het andere onderdeel van het onderzoek richtte zich op het in kaart brengen van de beschikbare data zowel op landelijk als lokaalniveau. Op lokaalniveau bleek het moeilijk om goed vergelijkbare cijfers te krijgen. Registraties verschilden, onder andere door verschillen in het beleid van gemeenten. Daarnaast was het opleveren van de cijfers voor zowel gemeenten als zorgaanbieders tijdsintensief. Op landelijk niveau bleek een belangrijk deel van de benodigde informatie voor de belangrijkste aanpalende stelsels centraal aanwezig. Met deze informatie kunnen cliŽntstromen tussen verschillende zorgstelsels inzichtelijk worden gemaakt, zonder extra administratieve handelingen bij de zorgaanbieders die deze gegevens momenteel leveren. Echter, vanwege de vertraging in het beschikbaar komen van cliŽntgegevens uit de aanpalende stelsels (bijvoorbeeld de GGZ-gegevens van Vektis) zal het nog wel minstens drie jaar duren voordat op basis van de analyse van gekoppelde cliŽntgegevens een objectief verdeelmodel kan worden gemaakt dat optimaal rekening houdt met cliŽntstromen tussen verschillende stelsels. Dit ligt anders voor de maatschappelijke opvangvoorzieningen waar geen betrouwbare, koppelbare cliŽntgegevens beschikbaar zullen komen.


Het hele rapport kunt u hier downloaden .