Actueel

Informatief actualiteitenseminar Wmo

maandag, 20 juni 2016

Donderdag 16 juni 2016 hebben gemeentelijke beleidsambtenaren op een ingelast Wmo actualiteitenseminar hun ervaringen kunnen uitwisselen over de voortgang van de Wmo 2015.

Aanleiding voor het seminar was de berichtgeving in Binnenlands Bestuur over de overschotten op het Wmo budget die veel gemeenten volgens een inventarisatie van Frontin PAUW in 2015 hebben gerealiseerd. Tijdens het seminar werden ook de uitkomsten besproken van het onderzoek van ISD Bollenstreek en APE naar de redenen voor het niet verzilveren van geÔndiceerde Wmo-zorg.

Prof. Romke van der Veen opent het seminar

Uit de inventarisatie van Frontin PAUW blijkt dat negen op de tien gemeenten een overschot boeken op de Wmo. Landelijk zou het overschot 310 mln. euro bedragen.

Het onderzoek van ISD Bollenstreek draaide om de vraag waarom bijna de helft van de geÔndiceerde zorg niet bij de ISD gefactureerd wordt. Betekent dit dat de cliŽnten verstoken blijven van de zorg die ze nodig hebben?
Uit een enquÍte onder cliŽnten blijkt dit niet het geval. 85% van de cliŽnten met een lage verzilveringsgraad zeggen dat ze de zorg die nodig is ook daadwerkelijk hebben gehad. Soms is die zorg geleverd door een Wlz-instelling (en waarschijnlijk ook daar gedeclareerd). Vaak spelen er persoonlijke omstandigheden, zoals vakantie of ziekte, waardoor de zorgvraag tijdelijk kleiner is. Verder is de indicatie vaak verouderd en kunnen cliŽnten inmiddels met minder zorg toe. Soms hebben zij daarentegen juist meer zorg nodig (die dan geleverd wordt door een Wlz-instelling en die niet bij de gemeente gefactureerd wordt). 8% van de geŽnquÍteerde cliŽnten is niet op de hoogte van hun indicatie. Voor een enkeling is eigen bijbetaling of zorgmijding een reden om minder zorg te af te nemen.

De deelnemers van het seminar herkennen deze beelden. Gemeenten die zelf cliŽnten hebben nagebeld krijgen globaal dezelfde antwoorden als de Bollenstreek in haar onderzoek. Ook de klanttevredenheidsonderzoeken tonen aan dat cliŽnten de benodigde zorg ontvangen.

De meeste gemeenten met een overschot op het Wmo-budget voegen dit toe aan de reserves omdat men rekening houdt met financiŽle tegenvallers op de andere componenten van het sociaal domein, maar ook omdat nog niet duidelijk is of de Wmo-overschotten structureel zijn.

Volgens Evert Jan Slootweg (Divosa) en Andries Kok (VNG) is het belangrijk de financiŽle resultaten op de andere onderdelen van het sociaal domein (jeugd, beschermd wonen, participatie, BUIG) in de discussie te betrekken. Zij sporen gemeenten aan zich een duidelijk beeld vormen van de precieze achtergronden van de overschotten die zij op de Wmo realiseren. Is er teveel budget? Is er te ruim begroot? Wordt er te strak geÔndiceerd? Wordt er te weinig geÔndiceerde zorg verzilverd? Goed zicht op de situatie achten zij noodzakelijk, niet alleen voor de beleidsreactie van de gemeenten zelf, maar ook voor de inbreng van VNG en Divosa bij de beleidsreactie van het Rijk.

Enkele tips uit het veld:
ē Houdt indicaties actueel
ē Versnel het informatieproces (zodat realisaties sneller in beeld komen)
ē Controleer de facturen
ē Hou het proces van indicatiestelling kort
ē Bel de mensen die weinig zorg afnemen na
ē Betrek de raad zo vroeg mogelijk bij de discussie
ē Maak verbinding tussen financiŽn en beleid

Bekijk hier de presentaties van Frontin PAUW en APE Public Economics.


 

terug naar overzicht